10 jaar onderweg

Kan ik mijn rust vinden na 10 jaar zwerven?

Tien jaar onderweg, 10 jaar nomadisch leven in de speciale rubriek die daarvoor in oktober 2025 in het leven riep schrijf ik (on)regelmatig over de afgelopen 10 jaar. Hoe het me veranderde, hoe het is om altijd in een hotel te wonen en wat ik leerde over mijzelf bijvoorbeeld.

Ik schrijf niet zo heel veel meer in deze rubriek, want inmiddels staat de motor al weer een paar maanden in de garage en ben ik met andere spannende dingen bezig: het kopen van een huis.

Na 10 jaar zwerven is het tijd voor wortels. En dat doe ik met veel plezier want ik keek er naar uit, maar toch ook wel met gemengde gevoelens. Want kan ik die rust vinden na 10 jaar rusteloosheid?

De afgelopen 10 jaar was een zoektocht naar een andere plek op deze aarde om te wonen. Lange tijd dacht ik dat ik wel ind e Filipijnen wilde wonen. Maar toen Duterte daar aan de macht kwam veranderde het land, het werd overspoeld met Chinezen en nog meer karaoke machines en goedkoop plastic en de vreemdelingen haat nam behoorlijk toe. En de vrijheid nam een beetje af. En toen ik een visum run deed naar Kuala Lumpur realiseerde ik me hoeveel ik al afgedaald was op de ladder van levenskwaliteit om me aan te passen aan 8 uur per dag zonder stroom leven, en the white people tax die ik elke keer moest betalen. Om nog maar te zwijgen van het gebrek aan variëteit in de winkels. Kuala Lumpur wat een omgekeerde cultuurschok en het leven hield me een spiegel voor. Het gaat geleidelijk dat afschalen naar beneden als je in zo’n land woont, pas als je weer terug bent in een rijker land realiseer je je de afstand.

Na een zoveelste road rage overladen motortocht was het genoeg, Mijn zoon stelde voor weg te gaan. Misschien Spanje? Of Portugal? Het werd Mexico, want in het westen voegden we helemaal niet meer na al die vrijheid van de regeldruk binnen de EU en de mensen waren zo anders, we voelden ons vreemde eenden in de bijt met onze bruine koppen en vreemde kleding.

En de EU was duur geworden in de 4 jaar dat we afwezig waren. We hopten vanuit een maandje Italië, even door Nederland, via de FEBO naar Centerparcs en de plaatselijke snackbar en chinees en de Hema voor een tompouce naar de Mexicaanse Ambassade voor de start van een verblijfsvergunning.

En daar zit ik dan, ruim 6 jaar later, Mexico was ook een zoektocht naar een woonplek. Een iets tragere zoektocht, want de verblijfsvergunning duurde bijna een jaar en zonder zo’n ding kon je geen motor kopen. En toen was er de pandemie en de lockdowns. Maar opeens leek Mexico weer open te gaan en ging het snel en voor de pandemie helemaal weg was zaten we op de motor. We uit het toeristen gebied van Cancun en Playa del Carmen en eindelijk het land verkennen. En dat deden we, maand na maand en jaar na jaar. We woonden een tijdje hier en trokken verder naar daar en al met al zag ik bijna het hele land op twee of drie staten na. Daar was het te onrustig en te onveilig om te doen wat wij het liefst deden: kleine weggetjes, onbeduidende dorpjes, dwars door het land, from pueblo to pueblo. Daarna deden we: From border to border, en van ocean to Ocean. Ik hou wel van een goed thema!

We waren al eerder in Baja California Sur, en woonden een tijdje in een klein stoffig dorpje in de woestijn. En we gingen weg waarom ook alweer? Want het leven was er hartstikke goed. Maar ja, de horizon riep, dat was het, die eeuwige onrust die dan na een tijdje weer de kop opsteekt. Dus we reden omhoog over het schiereiland, keken naar de muur, reden La Rumorosa bij Mexicali en Te Cate, motorrijders weten wel wat ik bedoel. Sjeesden weer lekker door de Sonora woestijn, nou ja, lekker, mijn zoon reed daar in the middle of nowhere zijn voorband aan gort in een enorme kuil. Uren waren we, omdat er geen telefoonbereik was, onderweg naar een dorpje op dat kapotte ding, de rim was aan gort, de band plat, misschien de vork verbogen?

We maakten kennis met onvervalst Mexicaans vakmanschap bij een kleine lasser die wonderen verrichtte. En zakten de kustweg af naar beneden naar de grens met Guatemala. We zagen de vluchtelingen in Tapachula en omgeving, en de problematiek die dat met zich mee bracht, we bezochten de stille bergmeren in het grensgebied en reden diep de bergen in van Chiapas. Om vervolgens via Tabasco en Campeche te eindigen in Mérida, waar we weer even bleven plannen, want nieuwe bankpassen uit Nederland, nieuw paspoort, nieuw Mexicaans rijbewijs (hoe bedoelt u ik moet weer opnieuw examen doen??? Ik rij al jaren motor!) Weekje Mexico Stad met het vliegtuig voor het duurste paspoort ooit. En toen we eindelijk de kentekenplaat en tarjeta de circulacion vernieuwd hadden, ene jaarlijks terugkerend verhaal in Mexico, konden we weer weg.Want als er iets niet voegde was het het smerige plakkerige smoorhete vochtige klimaat van Yucatan. Echt hoor, 50ºC en dan een luchtvochtigheid van 80% is moordend. En de yukiedoekies, zoals wij ze noemden, zijn een apart volk, net als de Friezen in Nederland, er zit een eigenwijze kop op. En dan al die camera’s die je de hele dag in de gaten houden, afschuwelijk!

Dus daar gingen we weer. Alles op de motor wat we aangeschaft hebben was verkocht en we sjeesden weer door Mexico. Van Oceaan naar Oceaan, van kust naar kust. Op weg naar Baja California Sur, want daar was het goed toeven. Ik twijfelde nog even met Chiapas en Colima en het dorpje Barra de Navidad in Jalisco, oh ja en Oaxaca, de koffiestad, maar dat bleek het allemaal niet te zijn. Deze reis stond in eht teken van ziek zijn, hele erg ziek zijn, zo ziek dat je denkt dat je wel eens dood zou kunnen gaan. (lees ook: Diarree is niet altijd buikgriep! of Moctezuma’s revenge!) wekenlang, en ik kan eigenlijk wel zeggen maandenlang, want het duurde ruim twee maanden voor we weer een beetje fut hadden om weer hele dagen kilometers te maken. We kozen voor de tolwegen deze keer, omdat er geen spiermassa meer was, een omgevallen motor trokken we niet even meer overeind. En zitvlees was er ook amper nog. Man wat een kilo’s ben ik kwijtgeraakt.

We reden ook met tijdsdruk. Want Mexico digitaliseert als een achterlijke bartje en we moesten bij de Mexicaanse bank bevestigen dat we zijn wie we zijn en zoals altijd in Mexico moet je dan een stroomrekening hebben om je woonadres te bewijzen. En die hadden we niet want we woonden nergens. En het moest in de stad waar je adres was, dus je kon het niet ff onderweg doen met een uit het systeem opgeviste rekening van het vorige woonadres.

Dus aangekomen moesten we heel snel een huis, daar zit ik nu op de bank dit te typen, en dan met een stroomrekening naar de bank en bewijzen dat we zijn wie we zeggen dat we zijn. En aantonen dat we een Mexicaans belastingnummer hadden, ook dat moesten we nog regelen. Dat ging gelukkig sneller dan in Mérida waar we het een paar keer geprobeerd hebben maar waar geen doorkomen aan was. Binnen een half uur stonden we hier weer buiten met een stapel papieren.

Dus nu woon ik hier, en ik denk dat ik hier oud ga worden. Ik vond het motorrijden de laatste rit zwaar, elke nacht een ander bed soms van twijfelachtige kwaliteit, en een ander kussen, en andere geluiden die je wakker hielden. Ik verlangde meer en meer naar een eigen plek, een kast vol leuke jurkjes en meer keuze dan 3 t-shirts en 2 spijkerbroeken. En al die handwas al die jaren, vreselijk! ik was het zat. En nu zit ik in het warme droge Baja California Sur, in La Paz, het heeft al maanden niet geregend, alles is droog en stoffig, me af te vragen of ik wel die onrust kan beheersen, of dat hij helemaal niet de kop opsteekt omdat ik blij ben dat ik straks ergens thuiskom. En dan nooit meer weg ga.

Kan ik dat?

 

Jeanette reisde sinds over de wereld sinds haar 17de, maar altijd met een huis om naar terug te keren. In 2015, op haar 54ste, liet ze ook dat huis achter. Je zou haar een nomade kunnen noemen want ze zwerft het liefst over de aarde op een motor met alle bezittingen achterop. Zo reisde ze bijvoorbeeld door de Filipijnen en dwars door Mexico waar ze nu woont. Ze is eigenaar van deze website en FloatingCoconut.net, haar persoonlijke website. Momenteel reist ze niet meer en woont ze in La Paz BCS.