Van Doodswens naar bijna Levensgenieter
Ooit heel lang geleden, ik weet niet eens meer precies in welk jaar, maar mijn dochter en zoon zaten nog op de lagere school. Ooit, in die tijd wilde ik niet meer leven. Mijn doodswens was zo sterk dat ik er zelf niet meer uitkwam. Sterker nog, ik wist precies hoe en waar ik een einde aan mijn leven ging maken. De datum ontbrak nog, maar de rest was al voorbereid.
Ik denk niet dat veel mensen in mijn omgeving het wisten. En dat was goed, want ik wilde geen mislukking zijn, deze keer niet. Mijn hele leven was een aaneenschakeling van mislukkingen en ik wilde dit in 1x goed doen. En toen ik op een dag besloot dat dit de dag was gebeurde er iets, waardoor ik het toch niet deed en ik om hulp vroeg.
Ik ga niet in op de details, het is in het verleden, net als het traject wat toen gestart werd, niet eens door mij, maar door mijn toen nog echtgenoot. Er gebeurde heel veel en niets daarvan was positief. Ik had beter hulp elders kunnen vragen buiten mijn “kringen” zeg maar. Het kostte heel veel energie om eruit te breken uit wat toen gebeurde en wat ik eerst maar een beetje liet gebeuren. Tot iemand anders zei dat dit niet goed was en dat het anders hoorde te zijn die hulpverlening en therapie. En toen pas kwam ik op het juiste spoor.
Mijn glas is sindsdien altijd al half leeg geweest. En misschien was mijn glas al veel langer half leeg alleen ervaarde ik het niet zo, omdat ik altijd leefde voor een ander en nooit anders geleerd had. Als kind al niet. Ik had zelfs als kind amper een eigen leven. Altijd stond een ander centraal. En ik stond in de coulissen. Ik voldeed constant aan verwachtingspatronen en negeerde mijn eigen behoefte. Sterker nog, ik wist niet eens dat je als mens ook zelf behoeftes kunt hebben. Ik dacht dat het zo hoorde en dat iedereen zo leefde, tot ik begon te beseffen dat ik altijd klaar stond voor anderen, maar niemand klaar stond voor mij.Zelfs niet die eerste keer toen ik om hulp vroeg. Ook toen ging het weer om anderen, en niet om mij.
(lees ook: Ik hoor niet meer bij het gezin waar ik bij hoor)
Moeilijk uit te leggen als je niet in details wilt treden, maar goed. Ik kwam bij een fijne psychiater, een man met eindeloos geduld. Die mij zag achter het karikatuur van mijzelf wat ik in de wereld had neergezet. Met eindeloos geduld zat hij uren tegenover mij terwijl ik niets zei, en hij ook niet veel. Het leek nutteloos, maar die uren van rust bij hem, in die spreekkamer, waren de uren waarin ik langzaam afbrokkelde als karikatuur en mijn eigen persoonlijkheid begon te leven. Voor zover zoiets mogelijk is als je nooit en eigen persoonlijkheid hebt mogen opbouwen.
Op een dag, ik denk dat we al een maandje of twee zo goed als zwijgend tegenover elkaar hadden gezeten vertelde hij dat hij naar een expositie was geweest in Utrecht, en de beeldhouwer had een schaal staan, in een grote lege ruimte, met de tekst: vul mij. En de uitleg was dat de schaal bedoelt was om te vullen met alle tranen van de wereld, alle stil verdriet, alle leed wat onzichtbaar was en de kunstenaar wilde de ruimte geven aan mensen om te huilen, en een deur te openen naar jezelf zonder verdriet, omdat je dat mocht achterlaten in die ruimte bij de tranen in de schaal.
Ik brak, ik verlangde opeens, naar die ruimte, om die schaal te vullen, zou hij groot genoeg zijn? En de volgende weken huilde ik en huilde ik. De plek in de crisisopvang werd geannuleerd, er was eindelijk een doorbraak. Al die tijd was er een plekje voor mij, ik wist dat, maar ik weigerde het, omdat ik dacht dat als ik opgesloten zou worden in een opvang ik er nooit meer zou uitkomen en zou verzuipen in mijn gevoelens van onmacht en zou verdwalen en mijn verlangen naar de dood. Achter gesloten deuren, tussen lotgenoten hoefde ik namelijk niet sterk te zijn en kon ik me overgeven aan alles wat ik verstopte, en dan zou ik verloren zijn, zo redeneerde ik.
Na het huilen kwam de echte therapie op gang, de medicatie, het zoeken naar mijzelf. Hele basale dingen werden grote bergen en vraagstukken van levensbelang: Waarom vond ik blauw een mooie kleur? Was dat omdat iemand me dan leuk zou vinden of lief, of van me zou houden of me aandacht zou geven, of vond ik dat echt een mooie kleur. Zoiets……en dan met elk aspect van mijn leven. De smaak van sperziebonen, mijn kledingkeuze, mijn vrijetijdsbesteding, mijn vriendenkeuze. Mijn partnerkeuze.
Wie was ik onder al dat “plezieren van anderen”? Wie was ik als ongeschonden kind en wie wilde ik zijn in mijn toekomst?
Een lange weg. Met best vaak een terugval, en nog meer therapeuten, soms met hele fijne wegzak bank die je lijkt te omarmen, of een knuffelige troostende huiskat. En met heel veel testen en onderzoeken, tot diep in mijn DNA en de structuren van mijn mens zijn. Een lange eenzame weg ook, want hoe praat je over zoiets? Hoe leg je uit dat je niemand was en nu bouwt aan een zelfbewustheid? Een lange weg met confrontaties en breuken met het verleden, en heel veel eenzaamheid.
Ik verloor zo veel op die lange weg, maar niet meer mijzelf en ook niet mijn leven.
Ik schreef er over, elke dag in dagboeken, dat was onderdeel van mijn therapie. Ik schreef in prachtige papieren boekjes van PaperBlancs en Peter Pauper. En later na mijn emigratie schreef ik in digitale dagboeken. En hoewel ik al die papieren heb weggegooid toen ik vertrok uit Nederland, en ik die niet meer kan teruglezen, lees ik in de digitale nog wel eens terug. Zoals gisteren. Over van hoe ver kwam ik, letterlijk in mijlen en figuurlijk in lichtjaren? En waar ik nu ben. Vinger aan de pols momenten zijn dat.
Omdat ik bij vlagen nog steeds niet helemaal lekker in mijn vel zit. En dit is zo’n vlaag. Elke keer als ik na een lange reis ergens aankom lijkt het me te overvallen, hoewel het niet heel hard valt, maar het is een patroon. En ik heb geleerd van mijn wijze therapeuten om patronen te herkennen zodat ik niet de grip verlies op wat er mis kan gaan in mijn hoofd in zo’n vlaag.
In Nederland , dus voor mijn emigratie in 2015, slikte ik medicijnen tegen depressie. Na mijn emigratie ben ik daarmee gestopt. En dat gaat wonderwel goed. Ik heb een enorme “tool kit” ontworpen voor mijzelf over de jaren, mijn eigen “sanity-box for insane moments”.
Ik probeer mijn serotonine gehalte op peil te houden met bepaalde voedingsstoffen en soms een magnesium kuur als het echt even te moeilijk is en zo’n vlaag heel erg hardnekkig lijkt, en zich plannen vormen waarvan ik niet zeker weet of dat is wat ik echt wil. Maar ik slik verder geen chemische dingen meer.
Ik heb mijzelf omarmt, zowel mijn lichte kant die kan genieten van vlinders en schelpen en lange stille eenzame wandelingen, als mijn duistere kant, die draaft bij de volle maan, die de drama-queen kan doen herrijzen als een feniks uit de as, en die haar laat dansen op het randje van de put.
Dit ben ik, met mijn halflege glas.
Maar als bijna levensgenieter kan ik nu wel volmondig zeggen: Dat lege stuk heb ik opgedronken en het smaakt naar meer.
(lees ook: Als je gaat emigreren neem je ook jezelf mee en Depressie na Emigratie)
Dit vind je misschien ook leuk
Waarom ik vertrok uit de Filipijnen
05/12/2025
10 jaar geleden verdween ik uit Nederland
30/10/2025