Roze Tulpen
10 jaar onderweg

10 jaar Minimalistisch leven in rijkdom

Toen ik 10 jaar geleden uit Nederland vertrok had ik een vaag plan over mijn toekomst. Ik stond vooral in standje “overleven”. Mijn belangrijkste dagelijkse taak was geld verdienen om te overleven aangezien ik alle schepen achter me verbrand had. Ik had in Nederland een plaatje op mijn desktop van de laptop met een mooi stenen huisje met rieten dak op een palmbomenstrand. En dat was een beetje mijn droom zeg maar. Niet iets wat ik nastreefde, maar wel iets wat ik ooit hoopte te vinden.

Wat ik vooral leerde in die 10 jaar onderweg zijn is dat in Nederland de standaard van leven en luxe extreem hoog is. We behoren in Nederland tot de verwende kinderen op deze aardkloot. Je weet het wel, want je ziet het in het 8 uur journaal voorbijkomen: al die landen waar het minder is. Man, man, man wat erg!! Maar er tussen staan? Weg van de toeristische locaties, met je poten in de klei of het afval tussen de nipa hutten waar het dagelijks leven in bijvoorbeeld de Filipijnen zich afspeelt, of in de Kuala Lumpur woonflat wijken voor lage inkomens, of in een afgelegen stoffig dorp zonder stromend water aan de rand van de Sahara, of in het Rancho Viejo of Villas del Sol in de Riviera Maya, in Mexico, is toch heel anders dan het “weten” veilig in Nederland op je comfortabele bank kijkend naar je ultradunne breedbeeld TV via supersnel internet met 1001 kanalen met een Nespressootje voor je op tafel.

Die toeristische locaties geven een heel vertekend beeld over het leven van jouw kamermeisje en de pool-boy en de man die jouw eten daar kookt of je luxe drankje met parapluutje mixt. En zelfs de tour die je boekt geeft geen realistische beeld ook al noemen ze die tegenwoordig ” Go Local”. Slaat nergens op. Want je komt nog steeds met schone voeten thuis uit een dagje opgepoetste toeristen ervaring met folkloristisch tintje.

Niemand kan je uitleggen hoe het klinkt om in een Mexicaanse straatje te wonen, in een dorpje hoog in de bergen met falend 2G internet en onverharde straten tijdens een regenbui, of op een klif op een Filipijns eiland zonder toegang tot stromend water en elke dag 6 uur stroomuitval (en dus geen internet!) waar je zelf je vuilnis moet verbranden. OF je eten moet kopen op een markt waar vooral zwermen vliegen de beste klant lijken te zijn.

Ik kan het mijzelf ook niet uitleggen dat ik zo gewoond heb. Want waarom woon ik niet in zo’n toeristen gebied waar je verse aardbeien kan kopen het hele jaar rond en de perfecte tomaten liggen en de sappige biefstukken geserveerd worden in kleurrijke restaurants met vrolijke muziek in plaats van schreeuwende buren?

Ik woonde uiteindelijk in zo’n huisje met rieten dak op het strand, tussen de locale bevolking en het was vanaf dag 1 anders dan op mijn afbeelding op de laptop. Omdat ik in de realiteit stond en opeens begreep dat “strand en zee” in ontwikkelingslanden niet betekend “zonnebaden en zwemmen” het betekent vooral: eten, vers eten, kokkeltjes zoeken bij laagwater, vissen vangen bij hoog water, en jezelf en je gezin in bad doen, je pannen schuren tot ze glimmen. En ja, je kunt er ook zitten, kletsen en een feestje geven. Maar het is vooral voedsel.

Ik leerde een heel andere vorm van leven aannemen. Ik leerde genoegen nemen met wat er is, omdat er niet meer beschikbaar is, ik leerde leven van seizoensgroentes en ik leerde dat je vis at als er vis was, en als er geen vis is eet je geen vis, want zo is de realiteit. Ik leerde de was op de hand doen, en deed dat 10 jaar. Ik leerde leven in de oude spullen van een ander, want waarom zou je alles elk jaar opnieuw inrichten conform de mode-eisen? Ik leerde plastic flessen en bakjes recyclen, niet zoals jullie doen, maar voor hergebruik. Yoghurt tonnetjes maken prima voorraadpotten want er is hier geen Xenos met gezellige voorraadbussen, wel een Chinese plastic import winkel vol troep. Je spaart geld uit als je je eigen plastic hergebruikt. Je kan plantenpotten en een broeikasje maken van plastic flessen en zelfs buitenlampen. En boterkuipjes maken prima bewaarbakjes voor bijvoorbeeld kruiden die goedkoper in de aanschaf zijn in plastic zakjes op de markt dan in glazen flesjes in de supermarkt.

Toen ik een half jaar geleden Merida verliet op zoek naar een plekje om te gaan wonen en te blijven was ik inmiddels de dubieuze eigenaar van een mapje op mijn dekstop vol mooie kamertjes, gezellig ingerichte veranda’s, plattegronden van leuke huisjes. Bohol stijl, kleurrijk, warm, overdadig. De vrouw in mij, die in Nederland razend gillend blij werd over alle leuke kleurrijke borden en schaaltjes kwam weer tot leven toen ze droomde van een eigen huis en niet langer van de spullen van een ander om in te wonen.

Op de motor zittend, door het landschap zoevend, maande ik mijzelf vaak tot realisme, want die spullen zijn hier niet eens te koop en als ik ze al kan vinden kosten ze een godsvermogen gok ik. En ik merk nu, nu ik een huis huur en weet dat ik best een oven kan kopen want ik blijf in dit gebied en ga niet meer reizen (denk ik), dat ik toch wel heel erg minimalistisch ben geworden.

Wat moet ik met al die luxe? Ik koop toch niet die luxe tuinset maar settel voor iets wat praktischer is en betaalbaarder. En in plaats van de grote luxe gedroomde oven koop ik toch weer een simpel grill oventje met kookfunctie waarin je ook prima lasagna kan maken. Ietsje ingewikkelder, maar het kan.

Wat moet ik met de perfecte oven? Als dit ook goed is?

Wat moet ik met een kledingkast vol overdaad als je aan een paar kledingstukken ook genoeg hebt? Wat moet ik met 101 paar schoenen als 2 paar al voldoende is?

En het huis?

Ik hoef geen villa met zwembad en tig slaapkamers en badkamers. Ik hou van eenvoud en simpel. Makkelijker schoon te maken ook. Ik wil niet in een toeristen gebied wonen waar het allemaal veel te duur is en veel te druk en absoluut niet authentiek.

Ik wilde op het strand wonen, ooit, ik deed het. Ik wilde uitzicht over zee, ooit, ik had het. Maar ik liet dat allemaal los, want elke woonplek heeft zijn voor- en nadelen leerde ik. Want ik stond wel mijn eigen vuilnis in de fik te steken daar bovenop die klif met mijn prachtige uitzicht, terwijl ik de hemel smeekte om regen want mijn water raakte op.

Ik woon nu eigenlijk wel perfect, aan de rand van een natuurgebied maar zonder overstromingsgevaar, in de stad maar niet midden in de stad, met een constante stroomvoorziening, glasvezel internet, rioolaansluiting en stromend water in huis. Zaken die in Nederland vanzelfsprekend zijn maar echt lang niet overal. Beter gezegd: op de meeste plaatsen in de wereld niet. Dus is het heel fijn dat wel te hebben.

Ik woon op een kwartiertje lopen van 2 grote supermarkten, er is een buurtsuper 1 blok van mijn huis en er zijn eethuisjes in de buurt en er rijden drie belangrijke busroutes door mijn wijk. Da’s mooi meegenomen.

Ik merk dat ik gaandeweg een huis en een huis inrichten zulke andere levensbehoeftes heb als het gaat om wat ik vroeger wilde in een huis en aan aardse bezittingen. Ik ben heel minimalistisch geworden als je het vergelijkt met Nederland. Ik heb 4 borden in de kast staan meer hebben we niet nodig, als er 1 stuk gaat kopen we wel nieuwe. Vier glazen, 1 mok. Ik heb 3 paar sokken in dit “blote voeten”-land, en dus geen sokken-lade. En in plaats van 3 T-shirts zoals ik heb als ik rondreis op de motor heb ik er nu misschien 10? Wat een luxe!! Ik heb maar 2 BH’s, 1 aan en 1 in de was. En twee handdoeken en 2 sets lakens. Vroeger in Nederland had ik een stapeltje van alles. Nu het minimale wat nodig is.

Praktisch voert de boventoon, aangestuurd door beschikbaarheid en prijs/kwaliteit verhouding.

En al die luxe? En al die bezittingen? Die heb ik niet meer nodig, ik heb geen gat te vullen in mijn borstkas vol onvrede en verlangen, ik heb geen buren af te troeven, geen familie op wie ik indruk wil maken, geen oordeel of waardebepaling van collega’s of vrienden. Ik ben een tevreden mens met wat verkrijgbaar is in de winkels en dat is een heel ander aanbod dan wat in Nederland voor het grijpen ligt en wat ik achter me liet.

Ik leef rijker dan ooit, en vooral in het moment, het hier en nu, en dat vertaald zich niet meer in spullen. Ik kan dolblij zijn al de papegaaien in de boom achter het huis neerstrijken, of als ik een prachtige schelp vind aan de rand van de Mangrove.

Ik heb nog steeds dromen genoeg.

Maar de realiteit is dat niet elke droom hoeft uit te komen. Soms kun je ook gewoon iets mooi vinden en er van genieten zonder het ooit te bezitten. Omdat je tevreden bent met het leven zoals het zich ontvouwt, niet omdat je de architect moet zijn van je eigen leven, maar omdat je het leven neemt zoals het komt, en vanuit die tevredenheid sterft al het verlangen naar aards bezit af.

Dat heb ik geleerd in die 10 jaar leven, ver weg van het rijke Westen.

 

 

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *