Een heel romantisch beeld
Ik vermoed zomaar gezien de reacties van mensen op mijn posts over de jaren, dat veel mensen een veel te romantisch beeld bij mijn leven hebben. Ik leef als nomade, met al mijn bezittingen achterop de motor. Ik woon in hotels en vakantiehuizen en ik reis al 10 jaar over de wereld. Nu ja, de wereld……eerst de Filipijnen bijna 4 jaar, toen flirtte ik even met Italië, Zwitserland en nog wat landen en ik rij nu al weer 6 jaar in Mexico.
En mensen denken dat dat helemaal geweldig is! En dat is het ook wel, maar niet zo romantisch als jullie denken. Vroeger in de ouderwetse stripboeken had je Lucky Luck, die dan de zonsondergang in reed op zijn paard. Je stond er nooit zo bij stil of hij wel elke dag schone sokken aan deed, en hoe hij zijn kleding waste. En daar denken mensen ook niet zo over na als ze mijn foto’s zien en lezen over mijn leven.
Zo hebben veel mensen de indruk dat mijn leven 1 grote vakantie is, een eindeloze sleur van strandhangen en uit eten gaan. En hoewel dat nu, nadat ik part-time met pensioen ben gegaan meer geldt dan het ooit gold, vergeten die mensen dat ook hier de rekeningen betaald moeten worden en dus moet er gewerkt worden. Ik geef toe dat ik minimaal werkte toen alles eenmaal op de rails was, maar ik werk wel, en als klanten me nodig hadden werkte ik soms, mede door het tijdsverschil op de gekste uren. Absoluut geen 9-5 mentaliteit zeg maar. En absoluut geen eeuwige vakantie.
Dat met die laptop op het strand is ook bullshit, want zand en een laptop, en zonlicht en een beeldscherm zijn niet zulke handige combinaties. (lees ook: Digitale nomaden zitten altijd op het strand)
Maar ik werkte wel vanaf de mooiste locaties, zeker in de Filipijnen, nu in Mexico is dat vaker een hotelkamer dan me lief is.

Met al mijn bezittingen achterop de motor.
Ooit zei iemand eens: je hebt heus wel ergens een storage box, of een plek waar je spullen stalt als je reist. Nou, dat heb ik dus niet. Als ik al spullen heb gekocht omdat ik ergens wat langer blijf, dan verkoop ik die of ik geef ze weg aan iemand die het goed kan gebruiken, maar de laatste paar keer verkoop ik het meeste, ik ben niet meer zo weggeverig. Ook aan het einde van mijn maand moet er nog wat geld over zijn zeg maar.
Dus alles wat ik bezit, en dan bedoel ik ook echt ALLES, zit achterop die motor, en dat zijn geen grote heup-hoge Samsonite koffers zoals ik regelmatig bij collega hotelgangers zie. Maar dat is in totaal ongeveer 50 liter aan bagage inhoud. En van die maximaal 50 liter is het grootste deel ook nog eens technische troep waar een mens niet zonder kan: laders, snoeren , backup en externe schijven, mounts, laptop, random readers, gereedschap, reserveonderdelen, en dan een handjevol kleding en een paar sandalen. 
Ik zie wel eens mensen aankomen in een hotel, die hebben een verblijf voor een week, en die sjouwen dan zo allejezus veel koffers mee dat ik denk: allemachtig, wat een spullen!!!! Ik vloog een tijdje terug naar Mexico Stad voor een nieuw paspoort, alles voor die week zat in een 20 liter rugtas. En dan zie ik mensen met het maximale aan check-in bagage en ook nog eens 3 stuks enorm grote handbagage. Ongelofelijk! Ik zou niet eens weten wat ik daar allemaal in moet doen, want ik heb bijna niks.
Het voordeel van zo weinig kleding is dat ik me niet druk hoef te maken over mode-trends, en wat ik aantrek die dag, het is het ene t-shirt of het andere. Simpel. Het nadeel is wel dat ik er meestal erg neutraal uitzie. Mix and Match is mijn kledingkeuze en alles is praktisch en kan op de hand gewassen worden in een hotelkamer.
Ik woon in hotels en vakantiehuizen.
Ik slaap dus nooit in een eigen bed, met een eigen kussen. En ik heb zelden of nooit een wasmachine, ik doe al 10 jaar mijn was op de hand, alles, dus als ik ergens een tijdje “woon” ook lakens en handdoeken. Ik kies zelden mijn eigen meubelen en zit altijd in de smaak van een ander. Dat pakt soms heel goed uit, maar soms ook niet. Maar functioneel is belangrijker dan mooi en stijlvol, en geloof me, je leert dat mooi en stijlvol en volgens de nieuwst Ikea Trends helemaal niet belangrijk is voor een gelukkig leven. Dat is wel weer een voordeel. Je kunt met zoveel minder toe dan je in eerste instantie denkt.
En je wordt creatief in je oplossingen, zo sjouw ik al jaren een stuk waslijn mee, en dan kan ik af en toe eens een waslijntje spannen om de was te drogen.

En dat van die eigen spullen en een eigen inrichting enzo, ik roep altijd dat als ik ooit een huis koop of laat bouwen ik heel veel mensen teleur ga stellen. Want die zien een prachtige villa aan zee ofzo, met zwembad en allerlei luxe. En ik denk: Dat worden 2 tegen elkaar aangeschoven 20 ft zeecontainers, of het equivalent daarvan in hollow blocks en beton, en dat wordt heel simpel. Wel gezellig, maar eenvoudig. En alles wat ik geleerd heb over huizen en wat handig is in de afgelopen 10 jaar wil ik er in hebben, zoals een volledige buitenkeuken, en geen keuken meer binnen, horren voor de ramen en een betonnen aanrecht. En een veranda of patio. En geen deurtjes voor de keukenkastjes. Gewoon een 2 pits gasstel op het aanrecht, en geen gasfornuis. Dat soort.
Nog even over die was en dat minimalistische van mijn kledingkast
Als je de was op de hand doet is het fijn als je een teiltje hebt, of een prullenbak in de hotelkamer die je kunt gebruiken. Mijn zoon heeft een kleine opvouwbare emmer, maar ja die heeft ook meer bagageruimte, ik heb me die luxe nooit veroorloofd. En ik red me prima, een sok of onderbroek als stop in de wasbak en hupla. Maar zo’n teiltje is wel luxe.
Je krijgt ook een bepaalde routine, en je doet elke dag een klein wasje, in ieder geval je ondergoed. De rest is minder belangrijk. Dat komt wel als je ergens langer blijft, of als je een hotel hebt waar dingen snel drogen. Want in landen met een hoge luchtvochtigheid is dat ook een ding: je was droog krijgen.
Mijn minimale kledingbezit heeft een grote B-kant. Nog afgezien van de saaie uitstraling. Ik heb ook niet veel verschoning en reizen op de motor is een smerig beroep. Je zit onder het stof. Als ik een spijkerbroek in een sopje duw komt er blubber af. Maar ik trek ook niet zomaar even een schone aan, en het wassen en droog krijgen van een spijkerbroek is iets wat je echt moet plannen. Daarbij, ik heb er maar 2, eentje aan en eentje in de tas als reserve.
En hoewel ik elke dag douche, vaak wel 2x, trek ik niet elke dag schone sokken aan, ik trek niet elke dag een schoon shirt aan, zeker niet op reisdagen, en mijn spijkerbroek gaat dus ook veel langer mee als ik reis dan wanneer ik ergens woon. Da’s ook de minder romantische kant van mijn leven zeg maar, daar denkt volgens mij ook niemand over na. Ik wel, want soms stinken mijn sokken en schoenen flink, vooral als ze nat zijn geworden onderweg. Omdat ik weer eens eindeloos door de regen rij, of door overstroomde straten waar ook rioolwater door loopt of lekker door de blubber ben gespetterd.
En ik ben het me ook heel bewust als ik een hotel in loop en de blik van de deurman of receptioniste zie.
En jullie denken ook niet na over die eindeloze openbare (smerige) WC’s die je tegenkomt onderweg. Als je al WC’s tegenkomt, want anders zit je in de berm of er vlak naast, en dan kruipt er God weet wat aan ongedierte om je heen. Ooit eens een keer vlak naast een slang zitten piesen, niet zo handig hoor! En zelfs al is er een WC pot, er is nooit een WC bril, dus ik ben de koningin van hangend piesen zeg maar. En de WC’s bij een restaurant, nou daar ga ik niet eens over schrijven, soms is dat een buitenplee en die is zo goor……

En dan tegenslag, oh god, de tegenslag.
Jullie lezen zelden het hele verhaal, ik schrijf dan heel lakoniek dat mijn motor niet startte, maar de stress die daar bij komt kijken als je net je kamer sleutel hebt ingeleverd en je kunt toch niet weg omdat er iets stuk is. Soms zijn die hotels wonderbaarlijk behulpzaam, en bellen ze de halve stad af op zoek naar een oplossing, maar soms kijken ze je ook aan met zo’n gezicht van: je hebt net uitgecheckt, toedeloe.
Of je valt onderweg, en je zit onder de smeer, de blikken bij de balie bij het inchecken als je zo smerig naar binnen loopt. Of je clutch breek af of je voetpedaal is krom, na het vallen, of je rijdt lek. En dan is er niks in 100-den kilometers. Of zoals die ene keer in de Sonora woestijn, dat mijn zoon over een bult in de weg zo een enorm gat inreed met een snelheid van 100km per uur. Da’s ook lastig uitleggen aan het grote meelezende publiek. Zijn hele voorwiel leek aan gort. Daar sta je dan, 100-den kilometers niemandsland, geen verkeer, geen telefoonbereik, maar je hebt wel dringend hulp nodig want de zon gaat onder.
Het is allemaal op te lossen, soms wat minder elegant, soms met flair, maar altijd creatief en een enorme aanslag op je stressbestendigheid. Om er dan achteraf om te kunnen lachen. Jullie hebben absoluut geen beeld wat je dan doormaakt, want jullie hebben om de 50 meter een ANWB praatpaal en wegenwachthulp die er binnen 15 minuten is. Als ik Angeles Verdes al weet te bereiken moet ik soms 12 uur wachten. Dan is een Gruja (sleepdienst) een betere oplossing, duur, maar wel beter, en dan maar hopen dat de verzekering het dekt. En…..dat er ergens in de buurt een garage is die kan helpen.

En ziek zijn in een hotel is ook geen pretje (lees ook: Diarree is niet altijd buikgriep! of Moctezuma’s revenge!,) Net zoals natuurrampen zoals aardbevingen of vulkaanuitbarstingen. Of een fikse orkaan. Ik heb al menig keer in mijn pyjama op een verzamelpunt moeten staan omdat er een aardbeving was, denkende aan al die spullen in mijn kamer waar iedereen nu bij kan. En de grootste evacuatie heb ik gehad in Iloilo diep in de nacht, waar een brand was uitgebroken in de krottenwijk naast het hotel. De vlammen sloegen tot ver voorbij mijn hotelkamer-raam. Dan wil je wel rennen met zoveel mogelijk bij elkaar in een rugtas gegooide bezittingen. Want je weet niet wat er gebeurd, het is een vreemd land, en jij steekt met kop en schouders boven iedereen uit, je staat daar in het donker met een grote lichtgevende pijl boven je hoofd met daarop: BUITENLANDER……en dat staat weer gelijk aan GELD.
De aanbiedingen die je dan krijgt……terwijl je wacht op een oplossing van het paniekerig in het rondte rennende hotelpersoneel en de vluchtende mensen uit de krottenwijk met hun bezittingen op hun rug.
Ik vertel het en jullie zien het misschien voor je, maar het blijft 1-dimensionaal. Je hebt niet de geuren, de geluiden, of zoals in de Sonora Woestijn, het ontbreken er van, je weet niet hoe het voelt als de grond onder je voeten niet meer stabiel is en als een vulkaan lava in de lucht spuit, dat kennen jullie van TV beelden, maar het geluid…….het geloei van de wind en het geklapper van ramen die uit hun sponningen dreigen te waaien, het gekraak van glas wat de druk van de orkaan nauwelijks aan kan. En je voelt zeker niet de adrenaline door je lijf gieren, hoe groot je voorstellingsvermogen ook is. En jouw stressniveau blijft normaal als je mijn avonturen leest, het mijne piekt, soms wel 20x op een dag, als er alweer een vrachtwagen recht op me af komt stormen op mijn weghelft, tegen alle verkeer in. Of als ik alweer ingehaald word terwijl ik net zelf begon met inhalen en ik tussen 2 auto’s dreig klem gereden te worden.
De vermoeidheid die je voelt en de opluchting als je weer veilig bent aangekomen na een dag rijden, waarbij je 100 kilometer moest omrijden vanwege een enorme aardverschuiving die de weg overschuift vlak voor je. OF dat je door vies modderwater moet rijden wat net niet over je uitlaat komt. Waarbij je geen idee hebt hoe het wegdek eronder is. En je helemaal smerig bent tot aan je knieën. Jullie hebben daar geen beeld bij. Je leest het, en daarna gaat je leven weer door. Mij overkomt het en daarna piek ik nog wel een uurtje of wat van de stress en adrenaline. En dat bouwt op. Geloof me.
En dat moet soms even wegebben, en daarom boek ik wel eens een vakantie, gewoon een paar daagjes niks, of een paar weken, zoals nu, aan zee. Aansterken van 4 weken ellendige darmparasiet, die ik uitziekte in een hotelkamer in Puebla.

Vastigheid in plaats van onzekerheid
Eigenlijk is elke dag van mijn leven onzeker. Prachtig ook, maar zeker weten onzeker. Ik weet niet of ik mijn was wel kan doen (lekker belangrijk!!), of dat ik veilig aan kom, of ik die avond eten kan vinden (god de dagen van blikjes tonijn en crackers hoog in de bergen in Chiapas bij de grens met Guatemala, jasses!) of ik de volgende ochtend onbezorgd weg kan rijden met een zonnetje op mijn rug, en mijn was wel droog is. Of er een kamer beschikbaar is, of er geen bedbugs zijn, of het hete water het wel doet, en of het stil is die nacht en ik kan slapen, of lig ik te luisteren naar het opwindende seksleven van een paar Mexicanen in wederom een super gehorig hotel terwijl er een kakkerlak over de muur rent.
Ik verlang het laatste jaar steeds vaker naar thuiskomen, naar vastigheid in plaats van zwerven, naar een eigen plekje. Dat verlangen wordt steeds sterker, het overheerst nog niet, maar het wordt wel tijd wat meer gehoor te gaan geven aan dat zachte stemmetje wat soms doorklinkt. Want ik ben niet meer de jongste, en ik begin het gehannes van elke keer inpakken en uitpakken, afladen en opladen en sjouwen met tassen wel zat te worden. Ik wil een eigen kussen, een eigen bed, een matras wat ik ken, een fijne douchekop met goede waterdruk, en ramen die gewoon open en dicht kunnen als ik dat wil. Ik wil een niet stinkende aircon en een koelkast en vooral een wasmachine. En ik denk zomaar dat als ik dat allemaal heb en ergens woon, wetende dat ik daar blijf, dat er een soort last van mijn schouders valt, dan is dat onzekere opeens weg en dat geeft wellicht ruimte voor meer rust.
Dat hoop ik.
En tot die tijd hebben jullie nog maar even een te romantisch idee over mijn levensstijl. Eén ding is een feit: ik hoef zelden af te wassen of de vuilnis buiten te zetten. En mijn bed opmaken is ook “geen ding” zeg maar.
(lees ook Hoe is dat nu echt? Altijd in een hotel wonen?)
Dit vind je misschien ook leuk
Trekkers & blijvers, van rusteloos naar rust.
25/11/2025
Motorrijden door Mexico Stad
01/10/2021