JC from Holland, Bantayan Island,
Dagboek

En dan slaat de verveling toe

Ik kan het urenlang volhouden, dagenlang ook wel: Op het strand hangen in een ongemakkelijke stoel en mensen kijken of naar de golven staren. Maar wekenlang is echt te lang.

Noem me een verwend mens, dat kan best, maar ik hang nu al drie weken niks te doen aan het strand ergens in een godvergeten dorp in Mexico waar alles zo dood is als een pier en restaurants open zijn als de eigenaar zin heeft in werken. En waar winkels zo goed als leeg zijn omdat transport naar dit dorp blijkbaar een moeizaam iets is.

En dat begint vervelend te worden. Elke dag wandel ik naar een ontbijt plekje, de enigste met fatsoenlijk ontbijt en waar ze professioneel een ei kunnen bakken zeg maar, ik kom langs ongeveer 1 miljoen dezelfde schelpenkettinkjes en armbandjes, tientallen verschillende winkeltjes met allemaal dezelfde meuk van AliBaba dot com. En wandel bijna als enigste “toerist” door de doodstille straatjes.

Als ik in de avond uit eten wil is het een zoektocht, die begint bij de Pizza, nee, hij bakt vanavond niet, geen zin. Hoewel zijn hele restaurants uitgeklapt staat is hij niet te vermurwen een pizza in de oven te gooien. Ik heb dat ding niet eens aan vandaag, moppert hij terwijl hij nog een biertje pakt voor zichzelf. Het restaurant om de hoek is dicht, ook al staat er “abierto” op de deur en de bakker met heerlijke appeltaartjes en brownies heeft de deur ook op slot.

In de winkels is het niet veel beter, er is 1 ietsje grotere supermarkt net buiten het dorp maar op wasmiddel en luiers na heeft die weinig meer dan de lokale kleine winkeltjes. En het is echt zoeken naar spullen, in winkeltje A kopen we drinken en in winkeltje B hebben ze pasta maar geen saus, en zo loop je als nel het hele dorp en soms zelfs het dorp er vlak naast af om alles bij elkaar te harken. En het internet? Nu ja, laten we het zo stellen: een film kijken op YouTube duurt erg lang, en een film downloaden duurt erg lang, en gewoon surfen doe je niet “ff”. Het is af en aan, en vaker af dan aan zeg maar. En het mobiel netwerk biedt amper 4G. Lang leve het platteland!! Zoiets.

In de eerste week kun je er nog om grinniken, maar na drie weken is het wel een beetje vervelend aan het worden. En dat is de B-kant van mijn leven. (lees ook: Een heel romantisch beeld)

Je koopt niet ff een bende hobby spullen of een boek om de tijd te doden. Want dat kan allemaal niet mee achterop de motor, en als internet ook niet lukt, dan hang je dus al snel weer op het strand en wimpel je al diezelfde verkopers met diezelfde stomme schelpen kettinkjes die ook in alle winkeltjes liggen weer weg. E-l-k-e dag opnieuw.

Tenzij je in een stad bent waar heel veel te doen is, musea, kerken, gezellige pleintjes, koffiehuizen en leuke winkels. Dan vermaak je je wel en vliegt de tijd. Maar dat zijn we niet, we zijn hier in een vogelpoepje op de kaart, ver weg van de bewoonde wereld.

Maar eigenlijk is het voor activiteiten ook veel te heet, met een luchtvochtigheid van 81% en een gevoelstemperatuur van 44ºC wil je ook niets liever dan onder een parasol hangen aan het strand in de hoop een zuchtje wind op te vangen. We boekten deze strandvakantie omdat we doodziek waren en wilden aansterken. (lees ook: Diarree is niet altijd buikgriep! of Moctezuma’s revenge!) Maar 4 weken is echt net even te lang. En herstelt zijn we wel, we zijn alleen nog heel moe, maar dat kan ook door die hitte komen.

We eten biefstuk langs de grote weg, 3 kilometer buiten het dorp, want de wegrestaurants zijn wel open, en ze hebben daar ook heerlijke Pescado Zarandeado. En we eten pescade frito, ceviche en guacamole op het strand, we eten ijsjes bij Thrifty en van de Paleteria en in een moedige bui zelfs van de ijsverkoper die op het strand zijn karretje door het mulle zand sleurt. We drinken ijskoude cola op het dorpsplein en ook weer aan zee, terwijl de golven onder ons hoog opspatten op de rotsen en ons bedekken met een laagje zout. En als de pizza bakker zin heeft eten we zelfs een pizza, maar vanavond dus even niet.

We kijken naar het onweer in de bergen in de avond vanaf de zee-promenade, en de zonsondergangen vanaf het zonneterras van het hotel.

Maar de verveling heeft toegeslagen, de dagen lijken eindeloos.

Foto: ik op het strand in Bantayan Island, Philippines