In het buitenland van je huis een thuis maken
Tien jaar reizen en van hotelkamer naar hotelkamer reizen en van Airbnb naar Airbnb. Ik zou een ster moeten zijn in het “thuis” maken op een plek die geen thuis is. En dat ben ik ook. Met een paar kunstgrepen maakte ik de plek waar ik die nacht sliep mijn eigen. Ik leerde dat het het waard is een paar centimeter van je bagage op te offeren voor items die binnen een paar tellen een thuisgevoel kunnen geven.
Dat kunnen heel persoonlijke dingen zijn, of gewoon dingen waar je een fijn gevoel van krijgt, zoals een wierookje of een zachte omslagdoek, of een paar fijne sokken. Maar iets wat meewerkt aan dat “thuisgevoel”. Je ontheemd voelen in het buitenland is een emotie die lastig is om mee om te gaan en die al snel kan omslaan in heimwee. Ik schreef er al eens over ind e serie “Emigratie en Depressie”
Als nomade kun je jezelf als snel ontheemd gaan voelen, onderweg sprak ik daar wel eens over met nomaden die even hun emoties kwijt wilden. Soms was ik, ik denk vanwege mijn leeftijd, een soort moederfiguur voor ons reizigers waarvan de meesten steeds jonger leken te worden.
Die “thuis maken”-tips deden het vaak wel goed. Zo werd mij achteraf vertelt. het is ook een kwestie van even aandacht aan jezelf besteden in een leven wat best druk is en vol uitdagingen zit en niet alleen maar gaat over wuivende palmen op witte stranden of prachtige uitzichten over de bergen. (lees ook: 10 jaar reizen, de mythes en de werkelijkheid)
Waar ik de afgelopen 10 jaar aan gewend ben geraakt is te wonen in de spullen van een ander. Ik richtte maar zelden een huis volledig in. Soms kocht ik een bank, of wat beddengoed, of een fijne mok. Maar echt inrichten zoals ik nu aan het doen ben? Dat heb ik nooit gedaan na mijn emigratie. Ik trok er gewoon in en zat dan op de meest oncomfortabele bank en at aan de wiebel tafel die beschikbaar was. Je maakte er wat van zeg maar.
Ik hechtte dan ook geen waarde meer aan inrichting en bezit van mooie spulletjes, op die paar dingen na die die kleine ruimte in mijn bagage innamen om er een thuis van te maken.
Toen mijn zoon en ik op zoek gingen naar een project waar we zouden kunnen wonen, hebben we ook nog even gedacht aan nieuwbouw. Helemaal zelf alles ontwerpen en opbouwen. Het werd bestaande bouw. En toen we hier keken deed ik dat met de mindset: ik trek er zo in, de gewoonte die over de afgelopen 10 jaar ontstaan was. Voor mijn zoon was het anders, zijn appartement had geen goede stahoogte, daar woonde ooit een dwerg ofzo, en er was geen keuken en geen slaapkamer, dus vanaf dag 1 was duidelijk dat dat dusdanig verbouwd moest worden dat het nieuwbouw zou worden. Voor mij was dat ander. Ik keek serieus naar de oude badkamer en dacht: hier kan ik wel mee leven. En de keuken kreeg het label, goed poetsen en dan lukt het wel. En voor de ramen was mijn diagnose: die hebben een boel WD40 nodig en dan schuiven ze wel weer, over de beschadigingen in het glas die het raam bijna ondoorzichtig maakte zou ik raamfolie plakken en dan redde ik me wel. Het had een goede sfeer, iets wat veel belangrijker is, en een mooie lichtval.
Het gaf heel erg aan hoe makkelijk is accepteerde dat het zo was en dat ik er wel een thuis van zou maken als het zover was met mijn speciale spulletjes.
Maar het loopt allemaal anders met dit huis in het buitenland
Opeens, na de zoveelste regenbui en lekkage bij de ramen was mijn zoon het zat, en met de civiel ingenieur die. hij had ingehuurd voor zijn appartement liep hij door het huis voor een kostenberekening. En hij besloot dat we een grondige verbouwing gingen doen in “het oude huis” zoals we het zijn gaan noemen.
Nieuwe ramen, nieuwe keuken, nieuwe badkamer, 1 badkamer en-suite in de slaapkamer die het kantoor wordt wordt omgebouwd tot pantry zodat we in het regen- en stormseizoen een voorraad eten hebben, nieuwe binnendeuren en zelfs een nieuw dak op de badkamer die bij mijn slaapkamer hoort, wat nu gemaakt lijkt te zijn van piepschuim met metaal erover en dan een laagje geschilderd cement. Tel daarbij nieuw glas in de voordeur op en een nieuwe wasbak bij de pantry en een nieuwe aircon en het aanpassen van de maten van sommige ramen, en opeens heb ik geen dringende behoefte meer aan mijn “thuis maak”-spullen.
Het voelt niet meer als een huis waar ik intrek en me dan wel ga redden met hoe het is, het wordt een huis wat van mij is.
Er komt een kort muurtje tussen de woonkamer en de keuken, want het huis heeft helemaal geen ruimte voor een koelkast. Die nis die dan ontstaat wordt voor de grote koelkast die ik kocht. Het keukenraam wat een enorm raam is waar de hele dag de zon op staat te bakken wordt bijna 1.20 kleiner. De muur die ontstaat maakt de nis die we maken ruimer en multifunctioneel. Het nieuwe raam, 1 meter breed geeft de keuken een eigen sfeer.
Van het raam van de woonkamer wordt de onderdorpel verhoogd zodat het op hetzelfde niveau zit van dat keukenraam, dat is visueel een stuk mooier. En in de slaapkamer laat ik de onderdorpen van het enorme raam dus danig verhogen dat ik nog een raam van 80 centimeter overhoudt wat bijna 2 meter breed is. Want wat moet ik moet zo’n enorm raam wat uitkijkt op een blinde muur? Ik heb liever meer wand, zodat ik een ladekastje ofzo kwijt kan.
De keuken die nu bestaat uit 2 lange werkbladen: het aanrechtblad en een bar, wordt U-vormig gemaakt door een plek te maken op de muur waar de kookplaat ingebouwd worden en waar de oven komt te staan. En daarmee creëer ik qua werkruimte, de grootste keuken die ik ooit in mijn leven heb gehad.
Dromen over hoe het nieuwe huis straks zal zijn
Als ik in de stille ochtenden, die steeds koeler worden na een verstikkend hete, klamme zomer, mijn koffie ritueel uitvoer: bonen malen, Italiaans koffiepotjes vullen, op de kookplaat zetten, mok pakken enz. Stel ik me voor hoe het straks is op die nieuwe plek. Als ik door het raam rechts van me naar de Zeedruif kijk die daar groeit, en de echte druif daarachter over de muur. En hoe de mooie gordijnen die ik kocht opbollen in de vroege ochtend wind, want alle ramen die open kunnen hebben horren, ook zo’n fijne aanvulling. En geen tralies meer. Ik woon niet meer in ene dierentuin, de muur om het huis en de muur om het landgoed bieden genoeg bescherming tegen ongewenste gasten.
Als ik in mijn stoel bij het raam zit kan ik de vogelvoederplek zien waar de twee coconitas (Mexicaanse Grondduif) onder rondscharrelen op zoek naar zaadjes die de mussen knoeien, terwijl de Cactus Wren de ochtend begroet en de zwerm kleine papegaaien overvliegt.
Ik probeer me in te beelden hoe licht het huis is met de kleuren op de muren die ik heb uitgekozen, het wordt denk ik een heel licht huis, met donkerdere kleuraccenten in meubels en de tegelrand langs de keuken, planken aan de muur met kleurrijk aardewerk.
Geduld en loslaten is een must
Ik moet dat op die manier wel fantaseren, want soms verdwaal ik in de chaos van de Mexicaanse bouwputn die is ontstaan in en rondom mijn woonplek. Vanuit mijn huidige locatie (ik woon tijdelijk in appartement 1 die straks ind e verhuur gaat) kijk ik uit op het zwarte dikke bouwplastic wat de enorme gaten in mijn gevel bedenkt. Elke dat doe ik mijn best om de dikke lagen stof en klodders cement te negeren, de emmers vol smerig water met gereedschap die overal staan en de grote koelcontainer met water waar elke dag 2 grote zakken ijs in gegooid worden zodat de bouwvakker die hier werkt zijn vochtgehalte op peil kan houden. Het is er nu nog 1, straks worden het er meer. En het duurt nog wel even voordat dit voorbij is.
Ik ben meer van de instapklare woning heb ik ontdekt. Ik word erg onrustig van de chaos, mijn Nederlandse efficiëntie heeft het moeilijk met de bijzondere Mexicaanse planning en werkwijze. En ik worstel met loslaten en vertrouwen. Het was wel heel makkelijk om een klein beertje, en streng minilichtjes, en je kunststof gekleurde lepeltjes uit te pakken om een thuis-gevoel te maken. Dut is wel ietsje ingrijpender.
Maar straks woon ik wel in een huis wat van mij is, na 10 jaar lang in een huis te hebben gewoond wat van een ander was. En eigenlijk zelfs in Nederland woonde ik in huizen waar anderen hadden gewoond. Koop of huur, er zat altijd wel iets in waaraan je kon zien dat iemand daar voor jouw komst een thuis had gehad.
Straks zijn de meeste sporen van de vorige bewoners weg. Het huis is ook aan de buitenkant onherkenbaar verandert. En het is straks mijn “thuis”. Zonder kunstgrepen, nog even geduld……nog even loslaten…….nog even dromen, en dan……. straks……
Vanuit mijn mixed bag of emotions, kijk ik er naar uit.
Jeanette
Jeanette reisde sinds over de wereld sinds haar 17de, maar altijd met een huis om naar terug te keren. In 2015, op haar 54ste, liet ze ook dat huis achter. Je zou haar een nomade kunnen noemen want ze zwerft het liefst over de aarde op een motor met alle bezittingen achterop. Zo reisde ze bijvoorbeeld door de Filipijnen en dwars door Mexico waar ze nu woont. Ze is eigenaar van deze website en FloatingCoconut.net, haar persoonlijke website. Momenteel reist ze niet meer en woont ze in La Paz BCS.
Dit vind je misschien ook leuk
Tien jaar reizen, wat leerde ik?
15/12/2025
10 jaar reizen: leven met een hoog basis niveau van stress
18/07/2026